Lesmethode op basis van acht principes

Hello world!

Bij het gebruik van elke nieuwe robot starten met les één: Hello world! In deze les leer je in eenvoudige stappen hoe je je robot iets heel simpels kan laten doen.

Itereren

Programmeren doe je in kleine iteraties, of stapjes, waarbij je steeds toetst of alles nog goed verloopt en het einddoel nog haalbaar is. Het probleem deel je op in stukjes (decompositie), en je bespreekt hoe je dat gaat oplossen.

Proberen

Leren door zelf te proberen. Kinderen zijn heel intuïtief als het gaat om werken met ICT. Ze proberen gewoon net zo lang tot het werkt. Te veel instructies beperkt kinderen zelf na te denken. Al spelenderwijs komen ze tot het begrip van het mechanisme.

Testen

Test of het algoritme naar behoren werkt. Bij programmeren kunnen fouten er makkelijk insluipen. Vandaar dat je steeds moet testen of nog werkt wat je hebt gedaan.

Van fouten leren

Fouten maken is goed, daar leer je van. En het is belangrijk te achterhalen waar het fout ging en waarom het fout ging.

 

 

 

Reflecteren

Evalueer steeds wat er goed ging, wat er niet goed ging, en wat je daarvan kan leren. Dat doe je door samen te overleggen.

 

 

Engelstalig

Programmeren wordt gedaan op basis van kennis die gedeeld wordt in een internationale gemeenschap. De voertaal daarbij is Engels. De leerlingen zullen daarom zoveel mogelijk de Engelse terminologie worden bijgebracht. Deze kennis zal hen ook in hun verdere leven helpen.

Abstractie

De kern van ICT zit in het begrip van het concept, niet het begrijpen van de programmeertaal (syntax) zelf. Door programmeerlessen in meerdere ontwikkelomgevingen aan te bieden wordt dit begrip vergroot. Hierdoor leren de leerlingen de rode draad abstraheren.